De omgeving verkennen op de fiets

De fiets is het ideale vervoermiddel om Oldebroek en omgeving te verkennen. Leuke paden, weggetjes en laantjes maken de fietstocht tot een afwisselend avontuur.

Routes
Het verdient aanbeveling om van te voren een aantal bezienswaardigheden uit te kiezen, zodat ze in een logische volgorde bezocht kunnen worden. Sommige plaatsen liggen namelijk redelijk ver bij elkaar vandaan. Een goede voorbereiding in de vorm van routes vormen is handig en ook nog eens een leuke tijdsbesteding. Veelal zijn de plaatsen terug te vinden op een plattegrond van de omgeving. Langs de wegen zijn regelmatig zogenaamde ‘paddestoelen’, oftewel witte betonnen palen met daarop bewegwijzering te vinden. Daarnaast heeft de gemeente Oldebroek een standaard bewegwijzering aangebracht. De Vereniging voor Natuur- en Milieu-educatie (IVM) verkoopt via de parkreceptie van Landal Landgoed ‘t Loo een boekje met een fietsroute, waarin eveneens een kaart is opgenomen.

Bezienswaardigheden
Bezienswaardigheden zijn de Sint Lambertuskerk, de Hervormde Kerk in Noordeinde,  Molen De Hoop, ’t Olde Amshuus, ’t Spijker, Landgoederen Oldhorst/ Vollenhof, Landgoed De Ekelenburg en Landgoed Morren in Oosterwolde. Zie hieronder voor een beschrijving van de diverse bezienswaardigheden.

 

 

Sint Lambertuskerk, Zuiderzeestraatweg
De Sint Lambertuskerk (midden in het centrum van Oldebroek) is een dorpskerk die gebouwd is in Romaanse en Gotische stijl. Sint Lambertus is een heilig verklaarde bisschop die in Maastricht werd geboren. De oorspronkelijke kerk was een rechthoekig gebouw, hiervan zijn de toren (14e eeuw) en het koor (15e eeuw) nog herkenbaar. De sacristie dateert uit de 16e eeuw. Het open deel van de toren deed vroeger dienst als uitkijkpost. Bij een dreigende overstroming werd hierin de stormlantaarn gehangen om zo de mensen voor het naderend onheil te waarschuwen. De eenvoudige maar mooi bewerkte preekstoel dateert waarschijnlijk uit 1750. Voor bezichtiging van de enkele jaren geleden gerestaureerde kerk kunt u contact opnemen met de koster. Hij woont achter de kerk op het adres Kerkstraat 1.

Kerk in Noordeinde, Groote Woldweg 134
Dit kerkje is te bereiken over een lange oprijlaan en is omgeven door een prachtige tuin. De kerk is te bezichtigen na melding bij de koster. Hij woont naast de kerk. De bewoners van Noordeinde gingen voor 1845 te voet over het ‘kerkpad’ naar de St. Nicolaaskerk in het Kerkdorp. Dit kerkje werd in 1844/1845 gebouwd. Op de kansel ligt nog een bijzonder oude bijbel uit het jaar 1662. De luidklok is al meer dan twee eeuwen oud en dateert van 1776.

Molen De Hoop,  Zuiderzeestraatweg 252
Molen De Hoop is een zogenaamde stelllingmolen. De romp is een met riet gedekte achtkant op stenen onderbouw en een houten romp. De korenmolen is gesticht in 1853 en een beschermd rijksmonument. Stichter was Cornelis Blaauw (1822). Vijf geslachten Blaauw zijn molenaar geweest. Een tijd lang heeft deze molen dienst gedaan als oliemolen. In 2012 is de molen nog volledig gerestaureerd.

’t Olde Amshuus, Zuiderzeestraatweg 139
Tegenover de kerk in het centrum van Oldebroek werd in 1908 het gemeentehuis gebouwd. Daarvoor stond er op dezelfde plaats een soortgelijk gebouw uit 1838. Tot 1838 diende een gebouwtje in de boomgaard achter de St. Lambertuskerk als gemeentehuis. Aan de achterkant van het gemeentehuis bevond zich toentertijd de Openbare Lagere School en later kwam hier de secretarie in. In 1981 is het pand verlaten voor een nieuw gemeentehuis aan het Raadhuisplein. In 1997 kocht de familie Hissink dit oude gemeentehuis. Men liet de markante voorgevel en zijgevel van het gebouw intact en vestigde op de beneden verdieping van het gebouw een drogisterij annex postagentschap. Sinds begin 2012 is de Apotheek er gehuisvest.

NH Kerk Oosterwolde, Groote Woldweg 26
De kerk dateert uit 1845 en is gebouwd als zaalkerkje in Neoromaanse stijl. Later ontstond het T-vormig model. Het oudste bouwdeel is voorzien van een zadeldak, gedekt met leien. Recht tegenover de kerk staat de oude pastorie (1922).

’t Spijker, Bovenstraatweg 56

(tussen ‘t Loo en Oldebroek; mogelijk in een fietstocht mee te nemen op weg naar Artillerie museum Schietkamp Oldebroek) Een Spijker diende vroeger als opslag van het door de overheid opgeëiste deel van de graanoogst. Het gebouw dateert van 1705, heeft dikke muren, zware deuren en ramen voorzien van ijzeren tralies. Het fungeerde vroeger ook als woning. Generaties lang was er een bakkerij in gevestigd.

Landgoederen Oldhorst/ Vollenhof
Landgoed Oldhorst stamt uit 1751, maar werd in de 19e eeuw twee keer uitgebreid door de Familie Engelenburg. De grafkelder van deze familie ligt op de kruising van de Bovenheigraaf en de Vreeweg, enkele kilometers van het landgoed vandaan. Vroeger had deze familie veel meer bezittingen en lag de plaats van de grafkelder veel centraler. Ook Jonkheer Van Asch van Wijck heeft in de periode dat hij burgemeester was van Oldebroek tot 1913 op Oldhorst gewoond (Zuiderzeestraatweg 415 vanaf Oldebroek richting Wezep). Op de fiets komt men bij het landgoed over het oude kerkpad. Hiervandaan is het mogelijk een wandeling te maken door een deel van het park; het Engelse werk. Dit ligt vanaf de Zuiderzeestraatweg gezien achter het huis. Het andere deel met als naam Noorderbos, is voor wandelaars niet toegankelijk. Vollenhof ligt naast het landgoed Oldhorst.

De Ekelenburg, Mheneweg Zuid 17 en 19
Dit landhuis ((te bereiken vanaf de rotonde bij voetbalveld Owios, richting Oldebroek) werd vermoedelijk tussen 1773 en 1812 gebouwd en heeft ooit bij het grote Landgoed Mulligen gehoord.  Eerst stond er een boerderij, pas later is het grote landhuis gebouwd dat de naam Ekelenburg kreeg. In 1776 werd een zekere Abraham Pronck eigenaar van het landgoed. Hij was een rijke rentenier en trouwde op late leeftijd met de bijna 50 jaar jongere Alida Geertruida van Marle. Ook Luite Klaver, kunstschilder uit Hattem, heeft er vanaf 1900 gewoond. Eén van zijn kinderen is Clara Helena. Als schrijfster werd zij bekend onder de naam Clare Lennart en in veel van haar boeken zijn herinneringen aan de Ekelenburg terug te vinden. Het huis Ekelenburg wordt sinds 1952 hoofdzakelijk bewoond door twee gezinnen en is met veel liefde voor de historische waarde opgeknapt. De Mheneweg voert belangstellenden vlak langs het landhuis. Het is wel vanaf de weg te bekijken, maar niet opengesteld voor publiek.

Morren, Streekterpad, even buiten de kern Oosterwolde
Landgoed Morren – de Familiebegraafplaats en (rijks-monument) de Grafkelder Op landgoed Morren bij Oosterwolde leidt een prachtige beukenlaan naar de grafkelder, waarvan het opschrift luidt: “Grafkelder voor de familie  Raedt en Raedt van Oldenbarnevelt, gesticht door Mr. Anthoni Raedt, op dezelfs Landgoed Morren in Mei MDCCCXXXII (1832). Hic defunctorum molliter ossa cubent” (= Hier rust zacht het gebeente van overledenen). De symboliek op de grafkelder bestaat uit een zandloper (de tijd), een zichzelf in de staart bijtende slang (de eeuwigheid) en een omgekeerde fakkel (het uitgedoofde leven). In 1833 werd hier de stichter, mr. Anthoni Raedt (van Oldenbarnevelt) bijgezet; Hij was de zoon van Henric Jan Raedt (burgemeester van Lochem) en Ida van Oldenbarnevelt – vandaar de “dubbele” naam.

Het landgoed Morren heeft Anthoni Raedt geërfd van de broer van zijn moeder, oom Jan Rutger van Oldenbarnevelt, die het op zijn beurt in 1769 van zijn vader Anthony van Oldenbarnevelt had geërfd. Deze beiden waren burge-meesters van Elburg en liggen voor zover bekend begraven in de zuidkapel van de kerk aldaar. Omdat Anthoni Raedt niet bij zijn familie van moeders zijde mocht worden begraven vanwege veranderde hygiëne wetgeving (aanzet werd gegeven ten tijde van de Franse overheersing onder Lodewijk Napoléon en later in ca 1825 aangenomen – “rijke stinkerds mochten niet meer in de kerk worden begraven”), heeft hij eerst op een daartoe aangewezen plaats in Elburg een grafkelder laten aanleggen. Deze liep echter “onder”, waarna hij besloot om de ons nu bekende grafkelder op een  hoger gelegen plaats (“broekland”) op zijn eigen landgoed Morren te laten bouwen.  De grafkelder en de begraafplaats (waar tot voor kort nog, nazaten van de familie(s) werden begraven) met een erbij behorend weiland zijn eigendom van de “Stichting Kerkhof op Morren” (1905). Er is een periode geweest van verval en vandaIisme, maar in 1978 en 1979 heeft de stichting met behulp van vrijwilligers van de oudheidkundige verenigingen “Arent toe Boecop” uit Elburg en “De Broeklanden” (nog steeds deel v/h stichtings bestuur) uit Oldebroek de grafkelder gerestaureerd.

Door de tv serie van de stichting Teleac, “Begraven en Begraafplaatsen – monumenten van ons bestaan” en het gelijknamige boek (1994), kwam de grafkelder prominent in beeld en kreeg het landelijke bekendheid.